Rekentoets Pabo
Hier vind je alle informatie die je nodig hebt om je voor te bereiden op de vaktoets rekenen van het 21+-toelatingsonderzoek voor de Pabo.
Inhoud
De toets heeft betrekking op de vijf rekendomeinen. Dit betreft de domeinen hele getallen, meten, meetkunde, gebroken getallen (breuken, kommagetallen, procenten en verhoudingen) en verbanden.
Binnen deze domeinen worden de volgende 11 categorieën van opgaven onderscheiden:
Categorie | Inhoud |
---|---|
1. Rekenen met het hoofd | Dit onderdeel doet een beroep op handig rekenen. Rekenen met het hoofd houdt in dat de tussenstappen die naar het antwoord leiden opgeschreven moeten worden. Hoofdrekenen in de zin van rekenen zonder papier wordt niet getoetst. Cijferend optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en (staart-)delen, kortom ‘onder elkaar rekenen’ is niet toegestaan. Deze vorm van rekenen wordt afzonderlijk beproefd in categorie 9 (zie hierna). |
2. Rekenen met tekstopgaven | Deze opgaven peilen het vertalen van tekstopgaven in sommen. Deze opgaven doen een beroep op de getalgevoeligheid en veelal ook op schattend rekenen. |
3. Verhoudingen | Hierin staat het denken in evenredigheden centraal. Onderwerpen die aan de orde komen zijn het vergelijken van grootheden, van getalsmatige en van meetkundige verhoudingen. |
4. Rekenvaria | Deze opgaven vereisen probleemoplossend handelen. Deze opgaven hebben veelal een puzzelachtig karakter. |
5. Meten | In dit onderdeel staat het rekenen met lengte (omtrek), oppervlakte en inhoud centraal, evenals inzicht in het metrieke stelsel. Dit laatste houdt onder andere in dat de vaardigheid in het wisselen van maten (meeteenheden) wordt gepeild. |
6. Breuken | Deze categorie vraagt het vertalen van reële breuksituaties in sommen en omgekeerd, evenals vaardigheden in het werken met de regels voor het optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van breuken. |
7. Samenhang breuken, procenten, kommagetallen | Deze categorie toetst de vaardigheden in het ordenen, vergelijken en afronden van breuken, procenten en kommagetallen. |
8. Procenten | Centraal staat de vaardigheid in het rekenen met procenten in uiteenlopende situaties. |
9. Cijferen | Cijferen heeft betrekking op het rekenen onder elkaar met vaste voorschriften (algoritmen). Het betreft het cijferend optellen, het cijferend aftrekken, cijferend vermenigvuldigen en het cijferend delen (staartdelen). |
10. Meetkunde | Dit onderdeel draait om het ruimtelijk doorzien en beredeneren van realistische situaties of modelmatige situaties (‘blokjesmeetkunde’). |
11. Verbanden | Centraal staan opgaven rond toepassingen uit het alledaagse leven, bijvoorbeeld in de vorm van krantenknipsels. Daarbij is sprake van verbanden tussen verschillende grootheden of samengestelde grootheden. Deze verbanden zijn veelal weergegeven in schematische voorstellingen zoals tabellen, grafieken en diagrammen die telkens interpretatie vereisen. |
Via onderstaande link kan je oefenen met de opgaven die je tijdens de toets kan verwachten: Landelijke reken- en wiskundetoets voor pabo (cito.nl)
Het is belangrijk dat je niet alleen een antwoord op de opgaven kunt vinden, maar ook kunt toelichten hoe je tot dat antwoord gekomen bent en welke tussenstappen je hebt gezet.
Toetsvorm- en duur
De toets duurt 90 minuten. In principe gaat het om een schriftelijke toets. In geval van weinig aanmeldingen kan de organisatie er voor kiezen in plaats daarvan een mondeling af te nemen. In dat geval worden deelnemers daarvan tijdig op de hoogte gesteld.
Voorbereiden
Je kunt je zelfstandig voorbereiden met behulp van de volgende literatuur:
Boek | Auteur | Uitgever | ISBN |
---|---|---|---|
Rekenwijzer, 2e druk 2012 | Van den Bergh, J., Van den Brom-Snijders, P. Hutten, O & Van Zanten, M | Amersfoort. ThiemeMeulenhoff | 9789006955262 |
Toetsen met voorbeeldopgaven zijn toegankelijk via de link en website behorende bij het boek.
Boek | Auteur | Uitgever | ISBN |
---|---|---|---|
Basisvaardigheden rekenen voor de Pabo, 4e druk 2020 | Kemme, S & Uittenbogaard, W. | Noordhoff Uitgevers | 9789001895822 |
Beoordeling
Normering: de toets bestaat uit 11 categorieën. Een categorie bestaat uit één of meer onderdelen. Per categorie kunnen maximaal 4 punten behaald worden. De maximumscore bedraagt 44 punten. De cesuur voor een voldoende ligt op 30 punten (30/44 = cijfer 5,5).
Wel of niet toegestane hulpmiddelen
- Een zakrekenmachine is niet toegestaan.
- Er wordt geen apart kladpapier verstrekt. Alle uitwerkingen dienen bij de opgaven op de uitgereikte toetsformulieren genoteerd te worden.