Logo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpaginaLogo Hogeschool van Amsterdam – link naar startpagina

Onderwijs- en Innovatieplein

Studentmotivatie

Iedere docent heeft het zich wel eens afgevraagd hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn studenten gemotiveerd zijn? En: kán ik daar eigenlijk wel voor zorgen?

Gemotiveerde studenten hebben een hoger welzijn en zijn meer tevreden over hun studie. Motivatie zorgt ervoor dat studenten actief zijn en willen leren. Intrinsieke motivatie hangt ook samen met de houding van de docent en de sfeer in de klas. Door een juiste leeromgeving te creëren heb jij als docent direct invloed op de motivatie van je studenten. Wanneer het jou als docent lukt om het onderwijs zo in te richten dat iedere student zich autonoom, competent en verbonden voelt, en de relevantie voelt en erkent, zul je merken dat de motivatie van de studenten toeneemt.

Het woord ‘motivatie’ komt van het Latijnse woord movere – bewegen. Motivatiebronnen kunnen gecontroleerd en autonoom zijn; bij de meeste mensen zal er sprake zijn van een mix tussen die twee.

Gecontroleerde motivatie

Gecontroleerde motivatie, bijvoorbeeld om het examen met een goed cijfer te halen, omdat dit ouders trots maakt of meer perspectief biedt op een betere baan, is niet per se slecht. Ook door gecontroleerde motivatie gaan studenten presteren

Autonome motivatie

Autonome motivatie verwijst naar de mate waarin “… een doel gebaseerd is op intrinsieke motivatie en zinvolle identificaties.” (Koestner et al, 2008) (opent in nieuw venster). Dit is het geval als een student geïnteresseerd is in een onderwerp en daarom meer over het onderwerp wil leren of als de student de meerwaarde van het vak ziet voor zijn toekomst.

Het is dus belangrijk dat studenten intrinsiek gemotiveerd zijn om te leren en te slagen in je vak, dat ze vanuit interesse of voor hun eigen doelen de inhoud van je vak willen beheersen. Onderzoeken van Deci & Ryan (opent in nieuw venster) (2020) hebben aangetoond dat motivatie sterk wordt beïnvloed door het sociale klimaat in de klas en de relatie met de docent. Motivatie hangt dus niet alleen af van de student.


Hoe bevorder je studentmotivatie?

Er zijn een aantal dingen die je als docent of onderwijsontwikkelaar kunt doen om studenten te motiveren.Onderzoek van Deci & Ryan (opent in nieuw venster) laat zien dat er manieren zijn om motivatie van studenten te beïnvloeden door het gedrag van de docent. De combinatie van ondersteuning bij autonomie én structuur door de docent (in tegenstelling tot hun tegenpolen: controle en chaos) helpt de studenten autonome motivatie te ontwikkelen. Daarnaast blijkt dat studenten meer zelfregulerende leerstrategieën inzetten en minder onzekerheid ervaren. Dit gedrag ondersteunt het gevoel van autonomie, competentie en verbondenheid en beïnvloedt op die manier de motivatie van studenten (en het is geen rocket science).

Competentie

Je competent voelen: het lesmateriaal sluit aan bij mijn voorkennis, ik heb het idee dat ik het onderwijs succesvol kan afronden, de leeromgeving biedt mij voldoende houvast. Ondersteun het gevoel van competentie door studenten lastige, maar oplosbare problemen aan te bieden.

  • Bied structuur: zorg dat een student ten alle tijden makkelijk en snel alles terug kan vinden op Brightspace, zodat de student zelfstandig door de opdrachten heen kan. Bijvoorbeeld: Brightspace is helder, duidelijk, en bevat herkenbare (terugkerende) kopjes op vaste plaatsen. Organiseer vaste momenten voor vragen, zodat studenten precies weten wanneer jij als docent bereikbaar bent. 
  • Verwachtingen zijn helder en expliciet: de leerresultaten, leeruitkomsten, rubrics, beschrijvingen van de toetsopdracht zijn helder, expliciet, er is geen ruimte tot vragen.
  • Sluit aan bij voorkennis
  • Toets formatief en geef feedback

Autonomie

Autonomie hebben: ik volg de les omdat ik graag wil leren en ik ook mijn eigen ambities kwijt kan. Geef studenten inspraak in wat en hoe ze willen leren:

  • Bied keuzes aan. Denk hierbij aan keuze in; vakken, soort opdracht, werkvormen, maar ook regelruimte: tempo, tijdstip en plaats.
  • Laat eigen interesses, ervaringen, expertise, achtergrond inbrengen.
  • Zorg dat colleges nutteloos zijn wanneer er geen voorbereiding is getroffen.

Verbondenheid

Verbondenheid: leren blijft een sociale bezigheid, daarom is het heel belangrijk om studenten met elkaar in verbinding te brengen. Maak tijd voor sociale interactie. Laat studenten de onderwerpen relateren aan hun eigen ervaring.

  • Letterlijke verbondenheid: iedere student heeft voldoende ICT mogelijkheiden én kennis om deel te nemen aan blended onderwijs.
  • Verbondenheid bevorderen door verschillende leeractiviteiten:
    - Veel interactie: polls, beurten geven, vragen stellen, in kleine groepen werken
    - Activerende werkvormen
    - Doe eens gek: vertel persoonlijke verhalen, ervaringen, gebruik humor, fantasie, creativiteit
  • Het gevoel van verbondenheid door kennismaking en verbondenheid als doel en onderdeel van je les
    - Start een module met een kennismakingsactiviteit
    - Laat kennismaking en samenwerking expliciet onderdeel zijn van groepswerk
    - Leer studenten werken met rollen (tijd bewaken, sfeer aangeven, resultaat bewaken, voorzitter, etc.)
    - Maak gebruik van wisselende groepsamenstellingen
  • Wees een gastheer/gastvrouw:
    - Heet studenten welkom
    - Ken de student

Relevantie

Relevantie: om studenten aan te zetten tot leren is het essentieel dat ze weten waarom ze moeten leren.

  • Het onderwijs bestaat uit het werken aan authentieke (oftewel: echt uit de praktijk) beroepsopdrachten. Studenten zien direct waarvoor ze kennis en vaardigheden nodig hebben. Bijvoorbeeld: De student werkt voor een (fictieve) opdrachtgever.
  • Het onderwijs vindt deels plaats in de werkomgeving.
    Studenten zien de directe link met wat ze later gaan doen. Bijvoorbeeld: de studenten hebben direct contact met de opdrachtgever voor het maken van een analyse.
  • Bij iedere leeractiviteit (opdracht, huiswerk, les, ….) is duidelijk wat dit te maken heeft met het toetsingsmoment en de beoogde leeruitkomsten.
    Bijvoorbeeld: de kennis uit een kennisclip is nodig om de juiste keuzes te maken voor een eindproduct. De uitleg tijdens de les draagt direct bij aan het opstellen van een onderdeel van het beroepsproduct.
    Focus op het waarom: waarom is deze stof belangrijk?
  • Zoomlensmetafoor: zoom in en uit kijk telkens ook naar het grotere geheel. Bijvoorbeeld: de les start met een beroepstaak van de startende professional, er wordt uitgelegd aan welk deel van de kennis en vaardigheden gewerkt gaat worden om uiteindelijk daar te komen.
  • Maak leren aantrekkelijk en presenteer máximaal 20 minuten. Zorg dat studenten ook schermloos werken. Maak studenten nieuwsgierig. stel vragen, stimuleer zelf vragen te stellen, vertel niet alles.