Onderwijs- en Innovatieplein
Studentbinding
Studentbinding verwijst naar het gevoel van verbondenheid dat studenten ervaren met hun opleiding, medestudenten, docenten en de leerinhoud. Deze verbondenheid is cruciaal voor studentsucces.
Studentbinding omvat vertrouwen en het gevoel erbij te horen. Een goede relatie met docenten en medestudenten heeft een bewezen positief effect op het welzijn van studenten, hun inzet, plezier in studeren en uiteindelijk op hun studieprestaties. Het bevorderen van deze verbondenheid is dus essentieel in het hoger onderwijs. Studenten moeten zich kunnen verhouden tot de binnenkomende kennis om echt te leren. Om kritische, diepgaande discussies mogelijk te maken en studenten vragen te durven stellen, heeft men een klassikale omgeving nodig die wordt gekenmerkt door vertrouwen, nieuwsgierigheid en bereidheid om zich open te stellen en kwetsbaar te zijn (zodat ze durven zeggen: “ik begrijp dit niet”).
Hoe bevorder je sociale binding?
De studentervaring van onderwijs en leren gaat verder dan de cognitieve input van de leraar. Het gaat om relatie en verbinding, niet alleen tussen de studenten, maar ook tussen de student en de docent en met de leerstof. Een tevreden student is een student die zich thuis voelt op de campus en gezien voelt. Maar hoe doe je dat?
Binding met medestudenten
Overleggen, discussiëren en uitleggen aan een ander maakt het begrip van de stof beter. En door de verbinding tussen studenten wordt de motivatie verhoogd. Studenten moeten elkaar als ‘mens’ zien door echte en eerlijke gesprekken. Samenwerken is echter niet vanzelfsprekend: studenten moeten leren samenwerken en samenwerken in groepen.
Als docent ben je regisseur van groepsprocessen en heb je daarom een belangrijke rol bij het creëren van omstandigheden die studenten sneller laten deelnemen aan sociale processen; binnen en buiten de klas).
Hoe?
Hier zijn enkele dingen die je kunt doen om samenwerken te ondersteunen:
- Zorg voor een goede kennismaking. Bij de start van het eerste studiejaar gaat het uiteraard om een eerste kennismaking. Maar ook later in het jaar heeft het meerwaarde om aandacht te besteden aan kennismaking. Bij deze latere kennismaking kan steeds meer de verdieping opgezocht worden. Kijk voor inspiratie voor werkvormen in de Activitool.
- Stimuleer sociale interactie buiten de inhoud om, zodat studenten elkaar ook persoonlijk leren kennen.
- Laat tijdens lessen ruimte voor gezelligheid: gun de studenten wat tijd om te wennen aan de setting en de groepsgenoten.
- Probeer een veilige sfeer te creëren in jouw klas door een open en empathische houding aan te nemen. Daarnaast wordt duidelijkheid erg gewaardeerd. Hanteer vaste regels en een duidelijke structuur, met daarbinnen genoeg ruimte om tot mooie leerresultaten te komen!
- Het stimuleren van dat studenten elkaar als ‘mens’ zien, d.m.v. echte en eerlijke gesprekken te faciliteren en stimuleren.
- Structureer positieve onderlinge afhankelijkheid, zodat het succes van één student een positief effect heeft op de rest van de groep
- Benadruk individuele verantwoordelijkheid: elke student is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces en het helpen van de andere groepsleden om te slagen.
- Creëer bewust ruimte in je lesopzet voor open en constructieve feedback. Leer studenten ook feedback geven en vooral ook ontvangen. Maak hierbij onderscheid tussen inhoud en relatie.
- Probeer activiteiten of opdrachten in je les te verwerken waarin een wederzijdse afhankelijkheid cruciaal is.
- Leg de verantwoordelijkheid voor een succesvolle samenwerking deels bij studenten. Denk hierbij aan roulerende rollen voor voorzitters, tijdsbewakers en samenvatters. Het is ook mogelijk om studenten samen een samenwerkingscontract op te laten stellen.
- In groepswerk zullen onvermijdelijk conflicten ontstaan. Dit is normaal. Des te belangrijker is het dat je de ruimte en mogelijkheid creëert waar studenten er open over kunnen praten.
- Indien conflicten ontstaan: zie dit als een leermoment! Het is belangrijk hier aandacht aan te besteden en ruimte en mogelijkheid te creëren dat studenten er open over kunnen praten.
Binding met docenten en opleiding
De HvA is een grote organisatie. De keerzijde is dat studenten zich niet altijd gezien voelen bij of door hun opleiding. En juist dat blijkt zo belangrijk. Studenten willen niet het gevoel hebben dat ze een ‘nummertje’ zijn, maar willen zich gezien voelen als persoon. Gelukkig zijn er genoeg manieren voor de docent en de opleiding om studenten het gevoel van betrokkenheid te geven.
Hoe?
- Heet studenten individueel welkom en noem ze bij hun naam. Hiermee laat je hen impliciet merken dat het gewaardeerd wordt dat ze er zijn, en tegelijkertijd krijgen ze het gevoel dat ze als persoon gezien worden en niet als nummertje.
- Begin de les met een zogenaamde check-in. Dit kan heel kort, door het met de groep even te hebben over dingen die ze meegemaakt hebben of die ze bezig houden. Het kan ook uitgebreider door alle studenten even te laten vertellen ‘hoe ze erbij zitten’. Daarmee geef je ze niet alleen persoonlijke aandacht, maar kom je ook te weten of er dingen spelen die van invloed kunnen zijn op de les of op het leren van de student.
- Bied openingen voor de student om je te benaderen. Hoe benaderbaar je je ook opstelt als docent, het kan voor studenten een behoorlijke stap zijn om een docent aan te spreken als er iets is. Maak er bijvoorbeeld een gewoonte van om na een les als laatste je lokaal uit te gaan. Een student die iets wil bespreken kan dan langzaam inpakken en je aanspreken wanneer de rest van de klas weg is. Soms moet je een student zelfs nog even helpen. Als je ziet dat een student wat treuzelt en als laatste de klas uit gaat, kun je met een simpel ‘Hoe gaat het?’ een opening bieden voor de student om met je in gesprek te gaan.
- Maak ook buiten de les af en toe een praatje met (een groepje) studenten. Op deze manier verlaag je de drempel voor studenten om even iets met je te bespreken. Daarnaast zorgen dit soort kleine gesprekjes ervoor dat studenten zich gezien voelen.
- Wees je bewust van de signalen die je afgeeft. Door de rol- en machtsverhouding tussen docenten en studenten voelen veel studenten snel afstand tussen hen en de docent. De band tussen docent en student komt dan ook vaak te voet, maar gaat te paard. Wees je dus bewust van jouw gedrag, non-verbale communicatie en verbale communicatie en welke uitwerking dit kan hebben op de studenten.
- Maak het voor studenten ook zo makkelijk mogelijk om jou te vinden. Zorg er dus voor dat je zichtbaar en bereikbaar bent voor de student, maar vooral: creëer duidelijkheid. Je hoeft natuurlijk niet altijd bereikbaar te zijn, maar laat een studenten wel weten wat ze van je kunnen verwachten. Geef bijvoorbeeld aan via welk kanaal je het liefst vragen krijgt, en laat ze weten hoe snel ze een reactie kunnen verwachten.
- Zorg er verder voor dat -wanneer jij geen antwoord kunt geven op een vraag- je een student doorverwijst naar iemand die het antwoord wel heeft. Naast dat dit veel frustratie voorkomt, zorgt dit er ook voor dat een student zich gezien voelt.
- Vraag om feedback. Wat kan jij verbeteren?
- Laat zien dat je iets doet met vragen en feedback van studenten.
Binding met het vakgebied
Bij studentbinding denk je wellicht niet binding met het vakgebied. Dit is echter wel belangrijk. Wanneer een student een duidelijke beroepsidentiteit heeft, motiveert dit en vergroot het studiesucces. Daarnaast zorgt het ervoor dat de student zich onderdeel voelt van een (beroeps-)groep, wat ook weer een positief effect heeft op de student.
Hoe?
- Geef in je vak ook expliciet aandacht aan (het ontwikkelen en onderhouden van) een beroepsframe en de beroepsidentiteit. Ga bijvoorbeeld in gesprek over de sociale aspecten van jouw vak die een plek krijgen in het beroep (Wat is het beroepsbeeld? Hoe kijken professionals hiernaar?).
- Help de student bij het zien van het grotere geheel. Geef bij de start van een lesreeks weer wat de student gaat leren door de leeruitkomsten door te nemen. Koppel hieraan hoe de leeruitkomsten zich verhouden tot het beroep en wat de meerwaarde is van de lesreeks.
- Zorg voor authenticiteit. Gebruik lesmateriaal, casuïstiek en opdrachten die dicht bij de praktijk staan en zo realistisch mogelijk zijn. Op die manier is het voor de student makkelijker om het geleerde in de context van het vakgebied te plaatsen, en groeit de beroepsidentiteit.
- Geef stage-ervaringen van studenten een podium. Organiseer bijvoorbeeld terugkomdagen met intervisies om ervaringen uit de stages uit te wisselen. Een andere optie is om studenten (in groepjes) te laten reflecteren op in hoeverre zij de lesinhoud terugzien in hun stagepraktijk; zo krijgt elke student een breder beeld.
- Zorg als docent dat je praktijkervaring relevant blijft. Door zelf een meeloopdag in de praktijk te organiseren of contact te houden met de praktijk blijf je als docent up-to-date. Dit is ook een mooie toepassing voor je Duurzame Inzetbaarheidsuren!
- Betrek de praktijk, lectoraten en Centres of Expertise bij je onderwijs.
- Nodig met enige regelmaat gastsprekers uit. Gastsprekers hebben een directe link met het vakgebied en kunnen de praktijk duidelijk en levendig schetsen voor de student. Het is mooi als de expertise van gastspreker aansluit op de theorie in het curriculum. Denk bij gastsprekers ook aan klanten of patiënten om hun standpunt van de praktijk te belichten.
- Zorg voor een betekenisvolle leeromgeving. Richt de omgeving op een betekenisvolle manier in, zodat deze overeenkomsten heeft met de beroepspraktijk waarvoor je opleidt. Dit geldt voor de onderwijsruimtes, maar ook voor de gedeelde ruimte. Dit kan met materialen uit de praktijk, maar ook bijvoorbeeld met beeldmateriaal.
- Besteed ook aandacht aan de ethische aspecten van het beroep. Laat de centrale waarden van het beroep terugkomen in het onderwijs, en heb gesprekken over bijvoorbeeld ethische dilemma’s die het beroep met zich meebrengt.